26.Oost-Indische Kers en het Zoet der Overwinning

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Oost-Indische Kers en het Zoet der Overwinning

Parijs,  zondag 21 juli 1968. Slotdag van de Tour de France van dat jaar. Het was de eerste Tour op de Nederlandse TV. Nog net in het zwart-wit-tijdperk. Jan Janssen staat tweede in het algemeen klassement, achter de Belg Herman van Springel. De Tour eindigt in deze jaargang met een tijdrit. Mijn vader en ik zitten aan de buis gekluisterd. Onze buren ook en zij zijn zo aardig geweest om een bak oranje bloemen af te leveren met een instructie hoe je uit het achterste deel van het bloembuisje de allerlekkerste honing kunt opzuigen. Janssen vertrekt en korte tijd later van Springel als favoriet in de magische gele trui. Het gaat lang gelijk op en met trillende handen zoog ik nerveus de honing uit die prachtige bloemen. In het laatste deel van die rit kraakt van Springel en krijgt Jan vleugels. Hij wint ruim en heeft na de tijdrit liefst 38 seconden voorsprong in het Algemeen Klassement en wint zo als eerste Nederlander de Tour. Ik nuttig de laatste oranje honingbloem en Jan huilt, zoals ik nog nooit eerder een sportman heb zien huilen. Ik was 10 jaar, had een held erbij en zou die prachtige oranje bloemen nooit meer vergeten.

Nieuwsgierig zocht ik uit welke bloemen dat waren en zo stuitte ik op de naam Oost-Indische Kers. Ik vond al rap uit dat die bloemen uit Peru en Bolivia kwamen en dus eigenlijk West-Indische Kers hadden moeten heten, maar een kniesoor die daar een probleem van maakt, vond ik. Ook vond ik uit dat deze over de grond kruipende plant, die in niets op een kersenboom lijkt, toch een ”Kers” wordt genoemd, omdat de bladeren bijna net zo smaken als de bladeren van de Waterkers. Heel wat pittiger ook dan die mierenzoete honing. Deze bladeren hebben de vorm van een schild uit de Riddertijd. Ze vormen, evenals de rest van de bloem een krachtig antibioticum tegen infecties in mond, kno en lucht- en urinewegen.

Alle bovengrondse delen van de plant vormen een kleurrijke, smakelijke toevoeging aan en garnering van salades. De smaak doet behalve aan waterkers ook aan een andere bekende, pittige smaak denken, nl. mierikswortel. Gebruik het allemaal wel met mate, want een teveel kan tot overprikkeling leiden. Hier merk je opnieuw dat de Natuurgeneeskunst eerder een kunst is van juist lichtjes prikkelen en heel matig doseren. Voor de duidelijkheid: de wortels worden niet gebruikt. Over lichtjes gesproken. Eén van de dochters van de grote Botanicus Linnaeus zag en beschreef als eerste het ietwat bliksemende oplichten van de bloempjes tijdens de avondschemering. Dit verschijnsel is naar haar vernoemd: het Elisabeth Linnaeus fenomeen.

Al met al is deze plant dus heel wat pittiger gebleken dan mijn eerste ervaring met die zoete honingsporen. Het zou mij niet verbazen als Jan Janssen zou zeggen dat voor het zoet van een Tourzege ook wel echt heel wat pit drie weken lang nodig is. En waarschijnlijk zal mijn naamgenoot Herman van Springel het beamen.